Waarom een toets van getrouwheid?

Wanneer wij op de een of andere wijze een relatie beginnen met iemand, dan stellen wij het op prijs om enige tastbare zekerheid te hebben aangaande de betrouwbaarheid van de betreffende persoon. Elke blijk van getoonde loyaliteit zal de kwaliteit van de relatie zeker ten goede komen en het leven aangenamer maken. We kunnen overigens veel van de dieren leren, die vaak meer trouw openbaren dan mensen. Zwanen, bijvoorbeeld, blijven hun hele leven lang trouw aan elkaar en als één van beide wegvalt, is de ander totaal van slag. Van duiven, kauwtjes en ooievaars is ook algemeen bekend dat ze voor het leven trouw zijn aan elkaar en een ooievaarspaar komt elk jaar terug op hetzelfde nest. Maar ook vissen en andere dieren kunnen voor het leven trouw zijn aan elkaar. Zo moeten ook wij levenslang trouw zijn aan onze partner, maar bovenal dienen wij voor heel het leven trouw te zijn aan onze Schepper. De natuur is ons gegeven om wijze lessen te leren en de Schepper beter te leren kennen.

Toen God de mens schiep heeft Hij hem een vrije wil gegeven. De mens werd in staat gesteld om volgens eigen keuze getrouwheid aan Zijn Schepper te openbaren. God had het eerste mensenpaar slechts één beperking opgelegd, bedoeld als een test van loyaliteit en trouw jegens hun Schepper.

Aangezien God alwetend is, was Hij van tevoren op de hoogte dat de mens deze toets niet zou doorstaan en dat de smetteloze relatie met de Schepper door ongehoorzaamheid zou worden verbroken. Toch heeft deze voorkennis God er niet van weerhouden om het eerste mensenpaar deze toets van getrouwheid op te leggen.
Hoewel wij met ons beperkt menselijk verstand Gods wegen niet kunnen doorgronden, moeten wij ook bedenken dat dit in principe voor alle geschapen wezens van het universum van kracht is, want geen enkel schepsel is aan God gelijk; er is niemand die, evenals God, alwetend is. De zondeval van Adam en Eva was voor hen allen onvoorspelbaar en onverwacht.

Sommige mensen kunnen niet begrijpen waarom God de mens heeft geschapen, terwijl Hij wist dat ze Hem ontrouw zouden worden. Velen hebben moeite met de vraag waarom God niet gelijk de satan, als oorzaak van het kwaad, heeft uitgeroeid. Maar we moeten bedenken dat volmaakte, geschapen wezens in hun onschuld niet, vanaf het begin, op de hoogte waren van de rampzalige gevolgen van ontrouw en ongehoorzaamheid. De fatale ernst van de zonde was voor het universum ongekend. Als God gelijk drastische maatregelen zou hebben genomen, door de satan dadelijk te vernietigen, was het kwaad niet tot rijpheid gekomen en waren de desastreuse gevolgen niet zichtbaar geworden. Dit zou in het universum argwaan en twijfel hebben kunnen veroorzaken en de liefde van God voor Zijn schepselen in het geding hebben kunnen bengen.

Satan werd volmaakt geschapen, als een machtig wezen, maar wel met een eigen vrije wil. God wil niet dwangmatig gediend worden, omdat het niet anders kan, want dat zou niet lofwaardig zijn en aanvaardbaar voor God.
Satan heeft, op een gegeven moment, heel geleidelijk aan, zijn wil verkeerd gebruikt en in het langdurig proces is tenslotte onrecht in hem ontstaan en zijn zondige neigingen tot ontwikkeling gebracht. De Bijbel zegt: “Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werdt, totdat er onrecht in u werd gevonden…” Ezechiël 28:15.

Hoe was het ooit mogelijk dat onrecht werd gevonden in dit eens volmaakt en onberispelijk wezen? Het is een vraag waarvan de echo door alle eeuwen heen heeft geklonken.
God is de Schepper en Hij heeft de grenzen vastgesteld van een gelukkig, deugdzaam leven, vervuld met waarachtige, onzelfzuchtige, uitstralende liefde. De apostel Paulus geeft precies aan wat deze grenzen zijn voor al Gods schepselen. Hij verklaart: “Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij…” Handelingen 17:28. We hebben ons bestaan in de Schepper. En alle schepselen, in al wat zij zijn, doen en laten, moeten in Hem blijven en op Hem vertrouwen, als de Bron van hun leven, indien zij ware vrede en geluk willen ervaren en een stralende toekomst willen verzekeren. We lezen: “…daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft.” Vers 25.

God is liefde en Hij verankerde Zijn onzelfzuchtige, stralende liefde in al Zijn schepselen. En wanneer deze onmisbare vlammen van liefde binnen de perken van Gods bepaalde grenzen worden gehouden, dan zal er een uitstekende atmosfeer zijn van aangename warmte. Het is als de vlammen in de open haard die heerlijke, comfortabele warmte geven aan een ieder die aanwezig is. Echter, wanneer de vlammen buiten de perken treden en zich uit de haard in de kamer gaan begeven, zullen zij een onvoorzien, geheel ander doel gaan dienen en weldra vernietigend gaan worden. En wanneer deze vlammen niet tijdig worden gedoofd, kan het hele huis worden verteerd.
Helaas bewoog satan zich beetje bij beetje buiten Gods vastgestelde grenzen door op zichzelf, buiten de Schepper om, te gaan handelen. De vlammen van liefde begonnen zich, geleidelijk aan, buiten de perken te begeven om een ander doel te gaan dienen van zelfverheffing. In plaats van een kristalhelder, onzelfzuchtig en liefdevol schepsel te blijven, werd hij langzamerhand een eigengereid, duister en mysterieus, vernietigend wezen. Door zijn vrije wil langzaam maar zeker te misbruiken, verbleef hij niet in Zijn Schepper in Wien hij behoorde te leven en zich te bewegen en zijn bestaan had. Het tragisch resultaat van dit onafhankelijk, eigenzinnig proces is tenslotte zelfvernietiging en de ondergang van allen die misleid zijn om hem te volgen.

In plaats van op zijn Schepper te vertrouwen, begon satan op zichzelf te vertrouwen en geleidelijk aan kwam hij in opstand en keerde zich tegen de wil van zijn Schepper. Het vernietigend proces waarvoor hij eigenwillig heeft gekozen, deed hem wandelen in zijn eigen pad van onbegrensde vrijheid en onafhankelijkheid van God en hij verlangde daarbij zelfs de macht en het gezag van de Allerhoogste. Hij koesterde liefde en zelfverheffing voor zichzelf en sprak: “…ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijk stellen.” Jesaja 14:14. De ontwikkeling van het kwaad in satan bracht hem tot grootheidswaanzin, want geen enkel schepsel kan zich ooit met de Schepper gelijk stellen.

Het hooghartig, aanmatigend en zelfgenoegzaam karakter van satan is in veel mensen openbaar geworden. De trotse en hoogmoedige koningen van Tyrus en van Babel lieten zich leiden door de vorst der duisternis. De profeten Ezechiël en Jesaja geven ons in hun boodschap over deze koningen, tevens ook een beschrijving van satan, de onzichtbare vorst, die zij in werkelijkheid in hun leven dienden en die door deze beide koningen in hun doen en laten werd weerspiegeld. Jesaja 14:12-23; Ezechiël 28:11-19.

De Bijbel leert ons dat satan met zijn engelen op deze aarde is geworpen, die het strijdperk tussen goed en kwaad is geworden. Openbaring 12: 9. Ook geeft de Bijbel te kennen dat bepaalde gebeurtenissen en situaties een schouwspel zijn geworden voor de wereld, voor engelen en mensen. 1 Korinthe 4:9.

Alles wat op deze aarde gebeurt in de strijd tussen goed en kwaad, wordt niet alleen door mensen gadegeslagen, maar ook nauwkeurig opgemerkt door engelen. De hemelse engelen hebben satans opstand tegen God meegemaakt en ook gezien dat het eerste mensenpaar door ongehoorzaamheid de toets van getrouwheid aan hun Schepper niet heeft doorstaan.

De rechtvaardigheid van God en het welzijn van Gods Schepping vraagt om schepselen die loyaal en trouw zijn jegens hun Schepper, want buiten Hem is er geen oprecht, deugdzaam en betrouwbaar leven mogelijk. Onbeproefde schepselen kunnen geen waarachtig schouwspel van getrouwheid en zekerheid vormen voor het universum.

Om iets te kunnen begrijpen waarom God aan het mensenpaar een toets oplegde, is het goed om een voorbeeld uit het alledaagse leven te overdenken.

Het kan voorkomen dat een man voor zijn werk vanwege internationale betrekkingen voor enige tijd ver weg van zijn huis en vrouw naar het buitenland wordt geroepen. De praktijk geeft maar al te vaak aan dat bij dergelijke gelegenheden een aantal mannen hun huwelijksrelatie op het spel hebben gezet doordat ze in de vreemde in contact zijn gekomen met een andere, voor hen aantrekkelijke vrouw, waaruit een relatie is ontstaan.

Maar gelukkig zijn er, ondanks misleiding, ook goede voorbeelden van trouw, die een lofwaardig schouwspel zijn en waardoor de huwelijksband eerder intensiever is geworden. Wanneer een man tijdens de periode van zijn verblijf in het buitenland in alles trouw is gebleven, heeft zijn vrouw alle reden om trots op hem te zijn, want hij heeft aangetoond dat hij, ondanks allerlei verleidingen, voor niemand anders is gevallen. Zoiets geeft zeker een goed en voldaan gevoel en dit komt de huwelijksrelatie alleen maar ten goede.

Maar stel nu eens dat de man deel uitmaakt van een onderzoeksteam en voor research tijdelijk werkzaam is op een eenzame plaats, ergens ver van de bewoonde wereld, waar geen vrouwen aanwezig zijn en dus geen mogelijkheid om op iemand anders te vallen. Wat blijft er dan op dit punt nog over voor zijn vrouw om trots op hem te zijn? De man heeft dan zijn getrouwheid aan zijn vrouw niet kunnen aantonen, want er was geen verleiding en geen mogelijkheid om ontrouw te worden, zodat de getrouwheid van de man onbeproefd is gebleven. Het is duidelijk dat op die manier geen gewicht in de schaal wordt gelegd, die de loyaliteit van de man jegens zijn vrouw aantoont, terwijl hij voor enige tijd afwezig was. Relaties krijgen pas echt inhoud, diepgang, zekerheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid, wanneer ze worden getoetst en beproeving hebben doorstaan.

God heeft man en vrouw zeer goed geschapen (Genesis 1:31), en Hij wil graag, door een zuivere en betrouwbare relatie, trots zijn op hen. Door het doorstaan van beproeving en het tonen van gehoorzaamheid, kan er sprake zijn van een echte, loyale, onkreukbare band met God, die als een machtig schouwspel voor het universum getuigt van overwinning over het verkeerde.

God wil alleen gediend worden met een beproefde, vrije wil. Voor het ganse universum betekent dat tastbare zekerheid, betrouwbaarheid en blijvende duurzaamheid voor het bestaan van Gods Schepping.

God heeft het gevallen mensenpaar, Adam en Eva, niet vernietigd, maar het menselijk geslacht In liefde en ontferming een tweede kans van getrouwheid geboden. Ieder mens wordt getoetst of hij God gehoorzaam wil dienen en trouw wil zijn door Zijn geboden te bewaren. De Bijbel zegt: “Gij hebt uw bevelen geboden, opdat men die ijverig onderhoude…” En een ieder die de toets getrouw wil doorstaan, reageert daarop: “Ik haast mij en aarzel niet om uw geboden te onderhouden.” Psalm 119:4, 60. Mogen velen dit goede, toegewijde en heilzame voorbeeld volgen.

Het kenmerk van Gods Koninkrijk is openheid, zonder enige vorm van geheimzinnigheid. Door toetsing en beproeving wordt openbaar wat in de mens leeft. Gods kinderen zijn als een open brief, kenbaar en leesbaar voor alle mensen (2 Cor. 3:2, 3) en hun doen en laten is een open schouwspel voor het universum.

En wanneer tenslotte ook het oordeel en het gericht openbaar is geworden, zal alles tot klaarheid zijn gebracht en Gods naam worden verheerlijkt. Alle knie zal zich voor God buigen in aanbidding. Gods rechtvaardigheid en waarachtigheid in al Zijn wegen, zal door alle volken worden erkend. We lezen: “Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden.” Openbaring 15:3, 4.