Licht op ons pad

Door de zondeval van het eerste mensenpaar, Adam en Eva, is de aarde in duisternis geraakt. Maar door de komst van de Verlosser, Jezus Christus, is het licht opnieuw over deze aarde opgegaan en heeft de mens in het licht kunnen wandelen en het verspreiden.

Door de eeuwen heen heeft het hemels licht geschenen. Het is echter maar een beperkt aantal mensen geweest die het licht hebben aangenomen en toen de beloofde Messias, als het Licht der wereld op aarde kwam, bleken velen de duisternis liever te verkiezen dan het zegenrijke licht. De Schrift zegt: “Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht…” Johannes 3:19.

Niettemin is het een ieders voorrecht om de zegenrijke bede tot God te richten: “Zend uw licht en uw waarheid; mogen die mij geleiden, mij brengen naar uw heilige berg en naar uw woningen…” Psalm 43:3.

Door Gods ontfermende liefde en genade zijn wij gered van de dood en mogen wij in het licht wandelen: “…want Gij hebt mijn leven gered van de dood;… zodat ik voor Gods aangezicht mag wandelen in het licht des levens.” Psalm 56:14.

Geroepen uit de duisternis

God heeft ons als een uitverkoren geslacht uit de duisternis geroepen tot het wonderbaar licht: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht… om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht…” 1 Petrus 2:9.
“Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, – want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid – en toetst wat de Here welbehaaglijk is.” Epheziërs 5:8-10.

Wij wandelen in het licht des levens door God te gehoorzamen en Zijn geboden te bewaren. Gods geboden zijn licht en waarheid en het getrouw onderhouden opent voor ons de weg des levens: “Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.” Mattheüs 19:17.

Toename van hemels licht

Naarmate het einde der wereld nadert, is er, door Gods voorzienigheid, meer kennis en inzicht in Gods Woord. Er zal een toename zijn van hemels licht: “Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht.” Openbaring 18:1.
Het pad van de rechtvaardige zal in toenemende mate worden verlicht: “Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.” Spreuken 4:18.

Wij zijn verantwoordelijk voor het licht in onze dagen; licht wat in het verleden niet algemeen bekend was, maar nu helder is gaan schijnen. Het licht wat in onze dagen helder straalt en voor ons duidelijk en overtuigend is, dienen wij te aanvaarden, te waarderen en daarin te wandelen, zonder af te wachten wat andere voorname en geleerde mensen ermee doen.

Persoonlijk verantwoordelijk

In de dagen van Jezus werd het kostbare licht door de schriftgeleerden verworpen en ook in onze dagen weigeren velen het licht te aanvaarden. Maar wij zijn allen persoonlijk verantwoordelijk voor het licht wat op ons levenspad schijnt. Mogen we de gouden ogenblikken van het heden niet verwaarlozen maar ten volle benutten door gehoorzaam en toegewijd in het licht te wandelen dat God in Zijn grote genade op ons pad laat schijnen.

Het is waar dat veel goede mensen in het verleden zijn gestorven zonder dat zij, in het licht van vandaag, enkele belangrijke aspecten van een gehoorzaam christelijk leven in praktijk hebben gebracht. Zij hebben echter getrouw geleefd volgens het licht en inzicht wat zij in hun dagen hebben gehad en zij kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het licht wat zij niet gehad hebben. Veel oprechte gelovigen zijn gestorven in de overtuiging dat de Dag des Heren op zondag, de eerste dag van de week, de rustdag was, zonder te beseffen dat de zevende dag van de week, volgens Gods gebod, de ware Bijbelse rustdag is, die God voor de mens heeft gezegend en geheiligd.

Gods wet blijvend van kracht

Jezus heeft voorzien dat de christenen in later tijd zouden denken en leren dat door Zijn lijden en sterven Gods heilige wet zou zijn vervuld en afgeschaft en niet meer, volgens de letter, zou moeten worden onderhouden. Jezus heeft daarom een duidelijke uitspraak gedaan voor hen die niet misleid willen worden: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.” Mattheüs 5:17, 18.

Het bestaan van hemel en aarde is het onderpand voor de blijvende geldigheid van Gods wet der tien geboden tot in de kleinste bijzonderheden, waarbij ook het sabbatsgebod op de zevende dag onaangetast overeind staat.

Wij zijn verantwoordelijk voor het licht dat in onze dagen helder en duidelijk schijnt. We kunnen niet als excuus aanvoeren dat we het licht niet volgen omdat gelovige mensen uit voorgaande eeuwen het ook niet hebben gevolgd. Het is nooit veilig om onverschillig te zijn aangaande het licht wat op ons pad schijnt. Als voorname, achtenswaardige mensen Gods wet niet nauwkeurig gehoorzamen, mag voor ons geen enkele reden zijn om hun voorbeeld te volgen en Gods geboden te overtreden.

Het erfdeel voor de getrouwen

Belijdende christenen, heden ten dage, die het licht verwerpen, staan op één lijn met het Joodse volk in de dagen van Jezus. Zij staan zeker niet bij God in aanzien zoals zij die het waarheidslicht aanvaarden en zich erover verheugen. Het gaat niet zo zeer om de hoeveelheid licht die we hebben, maar om wat we met het licht doen. Volgen wij getrouw en gehoorzaam het licht dat op ons levenspad schijnt of zijn we terughoudend en afkerig van het licht, omdat we niet bij de meerderheid uit de toon willen vallen? Onze houding, hoe wij met het licht omgaan, zal ons levenslot bepalen.

Mogen wij, door getrouw in het licht te wandelen, de Vader met blijdschap danken voor het toekomend erfdeel: “…en met blijdschap dankt gij de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wien wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.”  Kolossensen 1:12-14.   Mogen wij getrouw en gehoorzaam wandelen in het licht dat God ons heeft gegeven, ook al verkiezen velen in duisternis te wandelen.