Onze Enige Middelaar

Er is door de zondeval een kloof ontstaan tussen de mens en zijn Schepper. Het is daardoor niet meer mogelijk dat mensen zo zonder meer de troon van God kunnen naderen. De mens in zijn gevallen, zondige staat heeft een Verlosser nodig en ook voortdurend behoefte aan verzoening; aan een priester die voor hem bemiddelt om weer contact met de Schepper te kunnen hebben.

Kunnen menselijke priesters die belangrijke taak vervullen? Kunnen zij als verlosser optreden? De Bijbel geeft ons een duidelijk antwoord: “Niemand kan ooit een broeder loskopen, noch Gode zijn losprijs betalen, – te hoog immers is de prijs voor hun leven, en voor altoos ontoereikend.” Psalm 49:8, 9.

Geen enkel mens is in staat om als verlosser dienst te doen, ook al is hij nog zo heilig. Ook al zouden wij Noach, Daniël en Job aan onze zijde hebben, zoals het in Ezechiël 14:14, 20 staat beschreven – het zou niets baten. Vers 20 zegt ronduit: “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, zij zouden zoon noch dochter redden.”

Christus onze Priester en Middelaar
Het Oude en het Nieuwe Testament getuigen beide dat alleen Jezus Christus in staat is de mens te verlossen. Mensen die heilig zijn verklaard kunnen in feite niets voor ons doen. Het heeft geen enkele zin om heiligen aan te roepen. Handelingen 4:12 zegt duidelijk: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.” En Hebreeën 7:24, 25 zegt ons: “Doch Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan. Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.”

Het priesterschap van Christus kan op niemand anders overgaan. In het Oude Testament waren menselijke priesters die Christus uitbeelden, maar nu Christus Zelf onze hemelse Hogepriester is, heeft geen enkele menselijke priester enige waarde.

We lezen echter wel in de Bijbel dat de Heilige Geest óók voor ons pleit: “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.” Romeinen 8:26, 27.

Het is het werk van de Heilige Geest om ons tot bidden te bewegen en in te geven wat we moeten bidden. Hij inspireert onze gedachten en pleit voor ons aan onze harten om ons tot God te brengen. Hij overtuigt van zonde en maant ons tot berouw. Hij staat ons terzijde om God te zoeken en ons in harmonie te brengen met Zijn wil, terwijl Christus, Die onze schuld op Zich genomen heeft, op grond van Zijn vergoten bloed voor ons pleit bij de Vader voor onze verlossing van zonden en ons volkomen behoud.

Het is volbracht
Helaas blijven veel mensen stilstaan bij het kruis op Golgotha. Christus riep: “Het is volbracht” en daarmee is, volgens de meeste christenen, de verlossing geheel tot stand gebracht. Als Christus zegt: “Het is volbracht” dan is het ook volbracht, zeggen ze. Toch is er in de Bijbel duidelijk sprake dat Christus voor ons pleit. Is dat dan nog wel nodig als we toch al verlost zijn?

De profeet Daniël beschrijft ons een hemelse rechtszitting, waarbij Gods kinderen recht wordt verschaft: “Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder… De vierschaar zette zich neder en de boeken werden geopend.” Daniël 7:9, 10. Bij de uitleg die aan Daniël werd gegeven lezen wij dat de zitting recht verschafte aan Gods kinderen, terwijl de tijd naderde dat zij het koningschap ontvangen. We lezen: “…totdat de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. Daniël 7:22. Voordat Gods kinderen het koningschap ontvangen, wordt hun recht verschaft. Maar hebben Gods kinderen het recht op het koningschap dan al niet eerder ontvangen, toen Christus stierf aan het kruis? Wat kunnen we daarop antwoorden?

Volkomen verlossing
Was op Golgotha, toen Christus stierf en uitriep: “Het is volbracht,” de verlossing van de mens wel volkomen en geheel voltooid? Was Golgotha het einde van Gods verlossingsplan? In 1 Corinthiërs 15:17 lezen wij een duidelijke uitspraak: “Indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden.” Ondanks dat Christus bij Zijn sterven uitriep: “Het is volbracht,” zouden wij, zonder Zijn opstanding, nog in onze zonden zijn. De opstanding van Christus is voor de verlossing van de mens evengoed een absolute noodzaak als het kruis op Golgotha.

Laten we nu Hebreeën 7:25 nog eens bekijken: “Daarom kan Hij ook volkomen behouden wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” Waarop berust onze verlossing – ons volkomen behoud? Op grond waarvan kunnen wij tot God gaan? Waardoor is dat mogelijk? Doordat Christus altijd leeft om voor ons te pleiten. Dit is een duidelijk Bijbels gegeven. De tekst zegt het ronduit. Omdat Christus leeft om voor ons te pleiten, zijn wij volkomen behouden.

Een goede vraag is nu: Waar moeten wij het pleiten van Christus plaatsen? Aan het kruis op Golgotha? We vinden in Romeinen 8:34 een goed en duidelijk antwoord: “Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.” Jezus is gestorven en de tekst zegt dan verder: wat meer is, de opgewekte… Deze tekst legt duidelijk het accent op de opstanding van Jezus en het pleiten aan Gods rechterhand. Dat is belangrijk en mag niet op de achtergrond worden geplaatst door ons enkel te concentreren op het sterven van Jezus aan het kruis op Golgotha. Christus is ter rechterhand Gods en Hij pleit voor ons. Christus leeft om voor ons te pleiten. Aan het kruis stierf Hij. Maar Hij is opgewekt. Hij overwon de dood. En wanneer heeft Christus Zich aan de rechterhand Gods gezet? Marcus 16:19 geeft ons het antwoord: “De Here Jezus dan werd… opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods.” Na de hemelvaart heeft Christus Zich aan de rechterzijde des Vaders geplaatst om voor ons te pleiten, opdat wij volkomen behouden kunnen worden. Golgotha was niet het einde van onze verlossing. Het pleiten van Christus is voor ons volkomen behoud evenzeer van belang als het kruis op Golgotha.

De dienst in het heiligdom
Wanneer wij de Schrift verder onderzoeken, ontdekken wij hoe wij het pleiten van Christus bij de Vader moeten verstaan. In Hebreeën 8:1, 2 en 9:24 staat geschreven: “De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel… Want Christus is niet ingegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen.”

De Bijbel noemt dit de hoofdzaak van ons onderwerp.
De tabernakel op aarde, door mensenhanden gemaakt, was enkel een afbeelding van het ware. Menselijke priesters deden dienst in de aardse tabernakel, maar in de ware, hemelse tabernakel, doet Christus, sinds Zijn hemelvaart dienst als onze Hogepriester. Hij verschijnt daar, ons ten goede, voor Gods aangezicht. Hij pleit voor ons bij de Vader in de ware tabernakel, het hemels heiligdom. Dat is nodig om volkomen behouden te kunnen worden.

Maar hoe kan Christus nu ter rechterzijde van de troon van de Vader zijn en óók de dienst in het heiligdom verrichten? Jeremia 17:12 helpt ons een stap verder: “Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het begin af, is de plaats van ons heiligdom.” Volgens deze tekst is het heiligdom ‘een troon der heerlijkheid.’ En Jesaja 16:5 zegt: “…dan zal er een troon gevestigd worden in goedertierenheid. Daarop zal blijvend Iemand zitten in de tent van David, Die oordeelt en recht zoekt, Die snel gerechtigheid brengt.” Herziene Statenvert.

In deze tekst mogen wij een verwijzing zien naar de komende Messias, die op de troon zal zitten in de tent, of tabernakel, van David.
De troon van genade en goedertierenheid is gevestigd in de tabernakel; dáár wordt de dienst verricht en zal het oordeel plaatsvinden; het recht worden gezocht en gerechtigheid geoefend. Er is geen twijfel mogelijk want meerdere teksten bevestigen dat de troon in de tempel is. De profeet Jesaja getuigt: “In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel.” Jesaja 6:1. Een andere tekst zegt: “En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon.” Openbaring 8:3. Ook lezen wij: “En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied.” Openbaring 16:17. Zij die overwinnen ontvangen de koninklijke belofte: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.” Openabring 3: 21.

Voorspraak bij de Vader
Christus is gezeten met Zijn Vader op de troon in de tempel. Dáár verricht Hij de dienst – dáár pleit Hij voor ons bij de Vader – dáár vindt het oordeel plaats en zoekt Hij het recht en is Hij vaardig ter gerechtigheid.
De dienst van Christus bij de Vader in het hemels heiligdom heeft te maken met onze zonden. We lezen: “Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld.” 1 Johannes 2:1, 2.

Alleen als wij Christus gelovig aanbidden en onze zonden aan Hem belijden, kan Hij als onze voorspraak bij de Vader optreden en onze zonden wegnemen en voor ons een volkomen verlossing van eeuwig behoud tot stand brengen. De apostel Johannes getuigt: “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” 1 Johannes 1:9.

Heilzaam overleg
Ook de profeet Zacharia beschrijft de dienst van Christus op de troon bij de Vader: “Zo zegt de HERE der heerscharen: zie, een man, wiens naam is Spruit. Deze zal uit zijn plaats uitspruiten en Hij zal de tempel des HEREN bouwen. Ja, Hij zal de tempel des HEREN bouwen en hij zal met majesteit bekleed zijn en als heerser zitten op zijn troon; en hij zal priester zijn op zijn troon; heilzaam overleg zal er tussen hen beiden zijn.” Zacharia 6:12, 13.

Christus, onze Hogepriester, is gezeten met de Vader op Zijn troon in de hemelse tempel en er is tussen hen beiden heilzaam overleg. Christus, die onze ziekten op Zich heeft genomen en onze smarten heeft gedragen; Die in alle dingen op gelijke wijze als wij verzocht is geweest, zit met Zijn Vader op Zijn troon. Hij pleit voor ons met Zijn doorstoken en verbrijzeld lichaam en met Zijn vlekkeloos en onberispelijk leven. De doorboorde handen en doorstoken zijde; Zijn verminkte voeten; ja, met alles wat Hij voor de zondige mens heeft gedragen en geleden, pleit Hij voor ons, voor wie Hij zo’n hoge prijs heeft betaald om ons te kunnen verlossen. En er is heilzaam overleg tussen hen beiden. De liefde van de Vader voor de gevallen mensheid is even groot als de liefde van de Zoon. Het is de bron van onze verlossing.
Alzo lief had God de wereld, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft. God heeft in Christus de wereld met Zichzelf verzoend en in het hemels heiligdom pleit Christus voor ons en is er voor ons behoud heilzaam overleg. Welk een onpeilbare, onuitsprekelijke gave. De bemiddeling van Christus in het hemels heiligdom voor de gevallen mens is in Gods verlossingsplan van even groot belang als Zijn dood aan het kruis. Met Zijn dood nam dat werk een aanvang en na Zijn opstanding is Hij ten hemel gevaren om het te voltooien en een eeuwige verlossing tot stand te brengen.